nieuwe voorstelling

Slopend, een autobiografie

Drie keer hebben we op een boot gespeeld. (Op water en boot, Vette bougie, Waterlanders). Ook was een afvalberg ons decor (de Bergman). We speelden in een kroeg (De natte inval), in een verzorgingstehuis (Oud Goud), in een sprookjesbos (Allemachtig), in een stiltegebied (Vrije vestiging), in een hotel (Hotel Hier), op een camping ( Kamperikelen), in een blokhut (Bart). We zochten Faust en Mariken van Nimweghen op (Zo’n zoon). We vertelden over onze eigen geschiedenis (Batenburg in vijf kwartieren). In (Sssssst….) hielden we een pleidooi om wat minder herrie te maken. Salman Rushdie inspireerde ons met zijn boek Shalimar de clown, waar we een voorstelling van maakten (Adiras). We vroegen ons af wat we zoal wilden meenemen als de dood ons het verblijf hier onmogelijk maakt (De nabeschouwing)

Ongetwijfeld zal ik wel een voorstelling vergeten zijn, maar belangrijker is de steeds terugkerende vraag van ons publiek: “Wanneer ga je nu in godsnaam eens iets met een sloperij doen?” Omdat we u graag ter wille zijn spelen we komende zomer

SLOPEND – een autobiografie

Ouwe Bart, de sloper, is overleden (1923-2019.) De nabestaanden nemen, natuurlijk op hun manier afscheid en begeleiden hem naar het crematorium. Tijdens de nazit komt de onvermijdelijke vraag aan de orde: Wie gaat het familiebedrijf leiden? Met drie zoons en twee dochters is dat nog een ingewikkeld probleem. Maar er komt een oplossing!

Door het stuk heen komt ook de vraag aan bod of slopers nu per definitie crimineel zijn. Truus, de oudste dochter merkt op: “We zijn dan wel slopers, maar we zijn beschaafde slopers.” En Nina, de stagiaire, zegt: “Ze hebben niet zo’n goeie naam, ze zien er vaak niet zo netjes uit, maar ik mag ze wel. Ze hebben een hoeveelheid ondeugend bloed in hun aderen, zeker, maar……” Ze noemt dan 12 namen van mannen in driedelig grijs, die fraudeerden, belazerden en na een glimlachend-sorry- gewoon doorgingen. Die namen heb ik geschrapt omdat u die best zelf kunt invullen.

Onder leiding van Huub Sprang wordt er weer mooie muziek gemaakt en worden er weer heerlijke liedjes gezongen. Kortom: anderhalf uur genoeglijk vermaak staat u te wachten. We zien u graag komen.

Jan van de Bovenkamp